
Net als de arme dorpeling die in de overstroomde rivier sprong om een bundel tapijten (in werkelijkheid een beer die door het woeste water werd meegesleurd) te redden en merkte dat de bundel hem zó stevig vastgreep dat hij niet kon ontsnappen, zo springt ook een mens erin om iets te redden wat hij als een schat beschouwt, maar zelf wordt gevangen en vastgebonden. Daarom hebben de heiligen van dit land de mensen geleerd dat ze kinderen van onsterfelijkheid, bronnen van vrede en vreugde, waarheid en gerechtigheid en meesters van hun zintuigen zijn. Natuurlijk kan de mens wat verlangens, een behoefte aan wat comfort en voldoening hebben, maar het moet zijn als een zieke die smacht naar medicijnen. Eten en drinken, huisvesting en kleding moeten ondergeschikt zijn aan de behoeften van de geest, het leren omgaan met emoties, passies en opwellingen. Ze moeten de plaats innemen die zout en peper tegenwoordig op de eettafel hebben; zout moet ondergeschikt zijn aan linzen, dat wil zeggen, je kunt niet meer zout nemen dan de hoeveelheid dal, zelfs niet evenveel. Zo moeten ook de pogingen om gezondheid, comfort en dergelijke te bereiken net voldoende zijn om de spirituele discipline (sadhana) vol te houden, niet meer en niet minder.
– Sri Sathya Sai, 2 oktober 1965
© Vertaling Sri Sathya Sai International Organisation – Nederland
Você precisa fazer login para comentar.