
We zien een stralende zon als er geen belemmeringen zijn, maar wanneer we een huis bouwen met ramen en deuren en we doen die allemaal dicht, is er slechts duisternis in dat huis. Als we willen dat er zonlicht binnenkomt, dan moeten we één van de twee dingen doen. We moeten de bovenkant verwijderen, dat wil zeggen, we moeten de illusie dat we het lichaam zijn (deha bhranti) wegnemen. We breken de bovenkant, die bestaat uit ego (ahamkara) en gehechtheid (mamakara) af. Als alternatief kunnen we een spiegel zó plaatsen dat de zon in het huis wordt weerspiegeld. Het is dan mogelijk om licht in het donkere interieur van het huis te verspreiden door de spiegel te bewegen. Maar komt het licht van de zon of van de spiegel? De spiegel is inert en is van zichzelf niet lichtgevend. De maan is ook als een spiegel; ze straalt van zichzelf geen licht uit. Het licht van de zon wordt weerkaatst op het maanoppervlak en daarom is het maanlicht ook koel en aangenaam. Onze Veda’s leren dat de maan als de geest is die de glorie van de ziel weerspiegelt. Als het licht van de ziel (Atma, het ware Zelf) wordt weerkaatst in de spiegel van het intellect, dan kan de hele duistere geest stralen van licht.
– Sri Sathya Sai, Summer Showers 1972, hoofdstuk 17, The Path of Devotion
© Vertaling Sri Sathya Sai International Organisation – Nederland
Handelen volgens de ingevingen van de geest leidt tot rampen; handelen volgens de instructies van het verlichte intellect (buddhi) is wenselijk. – Baba
Você precisa fazer login para comentar.